watertalent.nlluchttalent.nlcitytalent.nlVacature plaatsen

Uitbreiding spoortrajecten oplossing voor vervoer gevaarlijke stoffen

7 juni 2016
Categorieën: Algemeen, Economie, Logistiek
De uitbreiding van de spoorcapaciteit kan de overschrijdingen van de risicoplafonds door goederentreinen met gevaarlijke stoffen weghalen. Dat zegt directeur Ad Toet van Koninklijk Nederlands Vervoer (KNV). Lokale overheden hebben staatssecretaris Dijksma gevraagd om spoorvervoerders beter te sturen op de juiste routering, registratie en samenstelling van treinen met gevaarlijke stoffen door Nederland. Zij vragen dat naar aanleiding van rapportages waaruit blijkt dat meer goederentreinen met gevaarlijke stoffen over bepaalde spoortrajecten rijden, dan in de wet Basisnet is bepaald.

Volgens de KNV-directeur zijn de mogelijkheden voor herroutering erg beperkt. “Het Nederlandse spoor wordt op dit moment al optimaal benut.” Wel zou het volgens hem helpen om de bestaande spoorcapaciteit uit te breiden. “In essentie is het een infrastructuurprobleem. We hebben op dit moment niet de capaciteit op het spoor waardoor er een risicoprofiel wordt overschreden.”

Goederencorridor Oost-Nederland

Daarom zou volgens Toet de goederencorridor in Oost-Nederland versneld moeten worden aangelegd. Toenmalig staatssecretaris Wilma Mansveld besloot in 2010 om het spoor tussen Elst en Oldenzaal geschikt te maken voor het goederenvervoer. Daarvoor werden vier routevarianten bedacht. Nadat ProRail voor iedere variant een milieueffectrapportage maakte, werd in 2014 gekozen voor de route ‘Kopmaken Deventer’ tussen Zutphen en Hengelo.

Uiteindelijk besloot de bewindsvrouw om vanwege “de beperkte groei van het goederenvervoer en de hoge kosten” de uitwerking van deze variant uit te stellen tot in ieder geval 2020. Dit besluit zou volgens de KNV-directeur moeten worden heroverwogen.

Omleidingsroutes

Vanwege werkzaamheden aan het derde spoor in Duitsland, rijden er veel meer goederentreinen met gevaarlijke stoffen over het gemengde net. Deze goederentreinen worden omgeleid via de Brabantroute en het spoor in Oost-Nederland. “Er is bij het vaststellen van de risicoplafonds in de wet Basisnet in 2006 geen rekening mee gehouden dat de Betuweroute tijdelijk dicht zou gaan.”

De risicoplafonds in de wet Basisnet gaan over het  vervoer van gevaarlijke stoffen over spoor, water en weg. De plafonds zijn vastgesteld op basis van formules. Per locatie wordt een maximum berekend. Deze worden teruggerekend naar ‘ketelwagenequivalenten’. Uit rapportages over 2015 blijkt dat de risicoplafonds op de omleidingsroutes  van het goederenvervoer vanwege de werkzaamheden aan de Betuweroute, flink worden overschreden.

Risicoplafonds

Toet: “Nu wordt de zwarte piet toegespeeld aan de vervoerders en de industrie. Er klinkt stoere taal over dat de vervoerders het moeten oplossen, maar we hebben nu eenmaal fabrieken draaien in Nederland. Verder heeft de overheid besloten om in Groningen minder gas uit de grond te halen en is ook Rusland als toeleverancier uit de gratie gevallen. Dat heeft consequenties voor de aanvoer. Daarnaast is er in de wet Basisnet de ruimte om overschrijdingen te gedogen. Ik begrijp dat dit een moeilijk punt is, maar niettemin behoort het tot de mogelijkheden.”

Ook nadat de werkzaamheden aan het Derde Spoor zijn afgerond, zal de capaciteit op het spoor in Oost-Nederland beperkt zijn voorspelt Toet. “Als er geen geld geïnvesteerd wordt in de uitbreiding van de capaciteit, dan zal er een andere oplossing moeten komen. Het ministerie zal hier uiteindelijk een knoop over moeten doorhakken.”

Derde Spoor

Op dit moment wordt er in Duitsland gewerkt aan het Derde Spoor, een 70 kilometer lange nieuwe spoorlijn tussen Emmerich en Oberhausen. Dit is een belangrijke spoorverbinding van de Betuweroute richting Ruhrgebied en verder. Tijdens de werkzaamheden kunnen er de komende jaren minder goederentreinen over de Betuweroute rijden. De werkzaamheden aan het Derde Spoor zijn naar verwachting in 2022 afgerond.

Bron: SpoorPro.nl